Afscheid Hajo Feitsma
“Vrijwilligersorganisaties zouden trotser mogen zijn op al het werk dat ze doen, ze doen echt heel veel en samen zorgen ze er ervoor dat Zoetermeer een fijne gemeente is om in te wonen.” Dat zegt vrijwilligersondersteuner Hajo Feitsma in een terugblik op zijn werk. Deze week neemt hij afscheid van Zoetermeer, waar hij de afgelopen drie jaar heeft bijgedragen aan een betere samenwerking met vrijwilligersorganisaties.
Hajo stond bij zijn komst op 1 januari 2020 aan de wieg van een andere samenwerking van gemeente en vrijwilligersorganisaties. Voor die tijd verzorgde de stichting Mooi het bij elkaar brengen van vraag naar en aanbod van vrijwilligerswerk. Hiervoor kwam het digitale platform Zoetermeer voor Elkaar in de plaats, aangevuld met vier fysieke locaties voor mensen die niet digitaal kunnen of willen zoeken naar vrijwilligerswerk. Het platform is een onderdeel van de manier waarop de gemeente samen met vrijwilligersorganisaties het vrijwilligerswerk wil versterken.
“We zijn vanaf dat moment meer gaan insteken op samenwerken en kennis delen. Niemand hoeft opnieuw het wiel uit te vinden. Dat betekende onder meer dat we themagericht zijn gaan netwerken en dat we veel samenwerken met besturen van vrijwilligersorganisaties”, aldus Hajo.
Corona
Na zijn inwerkperiode zou het jaarlijkse NL Doet in het tweede weekend van maart het eerste grote evenement van Hajo zijn. De donderdag ervoor ging echter vanwege corona het land op slot.
“Dat veranderde alles drastisch natuurlijk. We, en daarmee bedoel ik het team van Zoetermeer voor Elkaar, wilden laten zien dat gemeente en organisaties samenwerken om de samenleving mooier te maken. Dat deden we nu ook, alleen heel anders dan ons eerst voor ogen stond. Ons team valt bij de gemeente onder het Sociaal Domein en daar hebben we te maken met organisaties als het UVV, Palet Welzijn en Piëzo. Je zag dat mensen die het eerst maar net redden nu hulp nodig hadden. Anderen zaten thuis en wilden graag helpen. Het UVV werkte al met een boodschappendienst en die bleef – heel voorzichtig – functioneren voor mensen die de deur niet uit konden. Dat liep als een trein. Je zag dat de ene organisaties iets leuks organiseerde, een andere zorgde ervoor dat mensen hieraan mee konden doen en weer een andere faciliteerde dat. Zo ontstonden allerlei activiteiten waarmee veel mensen werden geholpen. Met subsidies konden we dat via Zoetermeer voor Elkaar mogelijk maken.”
Bijzondere megaklus
“Het allermooiste vond ik dat we met alle organisaties binnen drie weken een coronakrant hebben gemaakt die huis-aan-huis werd verspreid en waarin alle soorten hulp stonden vermeld die we te bieden hadden. De gemeente heeft alleen de drukkosten betaald, de rest is door vrijwilligers gedaan. Het was een megaklus en het is heel bijzonder dat die in zo’n korte tijd gelukt is.”
Na corona gingen Hajo en collega’s door met het ontwikkelen van Zoetermeer voor Elkaar. Dat deden ze door onder meer kennis te delen via themabijeenkomsten en netwerksessies, waarvoor de belangstelling blijft groeien. Hij organiseerde ook de jaarlijkse vrijwilligerswaardering waarbij zo’n achtduizend vrijwilligers een cadeautje van de gemeente krijgen.
Trots
“Dit cadeautje wordt door vrijwilligers gewaardeerd, ze zien dat hun werk ertoe doet”, aldus Hajo. “Maar hoe leuk dat ook is, voor vrijwilligers is het belangrijker dat ze hun werk goed kunnen doen. De samenleving heeft veel baat bij goed functionerend vrijwilligerswerk. Organisaties en gemeente zouden trotser kunnen zijn op wat hier allemaal wordt gepresteerd. Ik maak het wel mee dat mensen zich excuseren voor het feit dat ze in Zoetermeer wonen. De stad heeft soms een raar stigma. Volkomen onterecht, want Zoetermeer is een hele fijne stad om in te wonen, waar veel vrijwilligers actief zijn en waarin veel gebeurt. Samen maken ze de gemeente. Ik heb in de afgelopen jaren meegewerkt aan het fundament voor Zoetermeer voor Elkaar, iemand anders mag het gaan verstevigen.”
Hajo begint op vrijdag 1 september bij de gemeente Zoeterwoude als beleidsmedewerker gezondheid en sport.
Voorleesexpress
Met voorlezen kan je niet vroeg genoeg beginnen. Kinderen die al op jonge leeftijd verhaaltjes krijgen voorgelezen, hebben later minder kans op een taalachterstand en kunnen zich dan beter redden in de maatschappij. Vrijwilligers van de VoorleesExpress zoeken kinderen op die thuis niet veel met taal in aanraking komen, zodat ook zij goed mee kunnen doen. Annemieke Langeveld is een van hen.
Lees het verhaal